Energie opwekken met je eigen windmolen: een goed idee?

Een kleine windturbine op je woning die je ook van energie voorziet op momenten dat de zon het laat afweten en je zonnepanelen dus geen stroom leveren, het lijkt een ideale combinatie. Helaas is de praktijk vaak minder rooskleurig.

Investeren in zonnepanelen is, ook zonder subsidies, bijna altijd een goed idee. Zo’n installatie gaat immers zo’n 25 jaar mee en de investeringskost is na gemiddeld 5 à 8 jaar terugverdiend. Daarna geniet je van zo goed als gratis energie. Behoorlijk rendabel dus. Alleen hebben zonnepanelen twee belangrijke nadelen: ze leveren de meeste energie midden op de dag, terwijl ons verbruik ’s morgens en vooral ’s avonds piekt. En op koude, donkere en bewolkte winterdagen, wanneer we net veel energie nodig hebben, produceren ze nauwelijks wat.

Donker

Investeren in zonnepanelen is, zelfs zonder subsidies, vrijwel altijd een goed idee. Zo’n installatie gaat ongeveer 25 jaar mee, en de investeringskosten zijn na gemiddeld 5 tot 8 jaar terugverdiend. Daarna geniet je van bijna gratis energie. Het rendement is dus aanzienlijk. Echter, zonnepanelen hebben twee belangrijke nadelen: ze leveren de meeste energie midden op de dag, terwijl ons verbruik juist ’s morgens en vooral ’s avonds piekt. Daarnaast produceren ze nauwelijks energie op koude, donkere en vaak bewolkte winterdagen, wanneer we juist veel stroom nodig hebben.

Wat als we zonnepanelen combineren met een kleine windturbine? Deze kan gemakkelijk op je dak of bij je huis worden geïnstalleerd en wekt ook stroom op in de wintermaanden, vaak zelfs meer, omdat het dan vaker en harder waait. En ook in de zomer of de tussenseizoenen, wanneer de zon ondergaat, draait je windmolentje dikwijls nog lustig door. De ideale oplossing, lijkt het wel. Want zo heb je vaak (want het waait natuurlijk niet altijd) eigen productie. En heb je dus minder opslagcapaciteit in dure batterijen nodig, en ben je minder afhankelijk van het net.

Vergunning

Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren. Veel gemeenten staan immers huiverachtig tegenover het vergunnen van kleine particuliere windturbines. Vooral vanwege het risico op geluidsoverlast. Niet alleen door het gezoem van het molentje zelf, maar ook door de trillingen die het kan veroorzaken. In een dichtbebouwd Vlaanderen kan dit al snel leiden tot problemen en irritatie.

Rendement

Maar een nog groter bezwaar is het rendement van zo’n apparaat. Dat kan immers behoorlijk tegenvallen. Want voor windenergie geldt: hoe groter de turbine, hoe groter de opbrengst. Niet alleen zorgen grotere wieken voor een exponentiële toename van de stroomproductie, ook de hoogte doet ertoe: hoe hoger je gaat, hoe harder het waait. Voor kleinere turbines geldt dus het omgekeerde: kleinere wieken zorgen voor een felle daling van de productie, en doordat ze dichter bij de grond staan, soms nog gehinderd door gebouwen, is er sowieso al minder wind om te oogsten.

Terugverdientijd

Dit leidt tot een vervelende conclusie: veel kleine windmolens genereren zo weinig energie dat je de investering niet terugverdient binnen de verwachte levensduur van het toestel. Bovendien kan die levensduur tegenvallen; door de vele bewegende onderdelen gaat een turbine sneller stuk dan bijvoorbeeld zonnepanelen. Economisch gezien zijn er dus weinig voordelen. En hoewel je zou kunnen denken dat het ecologisch nuttig is, omdat alle beetjes helpen, valt dat ook tegen: sommige toestellen verbruiken bij de productie meer energie dan ze later opbrengen.

Kuststreek

Zijn kleine windturbines dan helemaal zinloos? Dat nu ook weer niet. Wie in open gebied woont met weinig bebouwing en begroeiing rondom, in een streek met veel wind, kan er een rendabel systeem van maken. Echter, als je er de windkaart op naslaat, blijkt dat dat in ons land bijna enkel opgaat voor de kuststreek. Een alternatief, als je handig bent: online vind je instructies om voor weinig geld en met restmaterialen je eigen windturbine in elkaar te knutselen: economisch en ecologisch mag dat dan zinvoller zijn, maar verwacht er ook geen wonderen van.

Groter is beter

Wil je windenergie die echt rendabel is, dan word je beter lid van een van de energiecoöperaties in ons land die grote windturbines opzetten, of doe je aan energiedelen met een landbouwer die een kleine (tot 15 meter hoog) of middelgrote molen op zijn erf heeft staan. Want hoewel groter niet altijd beter is, geldt dat zeker voor windenergie.